De Turing-test: een experiment om intelligentie bij machines aan te tonen

Yoeri Nijs  | Deel:  
Artikel-plaatje

Alan Turing toen hij 16 jaar oud was. Foto: Wikipedia.

Eén van de oudste en bekendste experimenten om aan te tonen dat een machine over menselijke intelligentie beschikt, is de Turingtest. De test is echter niet onomstreden.

De Turingtest is in de vorige eeuw bedacht door de Brit Alan Turing. Dat was een volgens velen briljante wiskundige die bekendheid verwierf bij het kraken van de codes van de Duitse Enigma-rotormachines tijdens de Tweede Wereldoorlog. Begin jaren vijftig lichtte Turing zijn gedachte-experiment toe in het artikel Computing Machinery and Intelligence (oorspronkelijke tekst).

Turing stelt zijn experiment voor als een spel, het zogeheten ‘imitatiespel’. Aan het spel doen drie deelnemers mee: twee mensen en één computer. Al deze deelnemers bevinden zich niet bij elkaar, maar in verschillende ruimtes.

Chatten met computer en mens
Het idee is dat een mens communiceert met een ander mens én met de computer. Communicatie verloopt door middel van chatten, oftewel het versturen van tekstberichten. Zo is niet te horen en te zien wie met wie praat.

Als de mens die met de andere mens en de computer praat níet door heeft dat de computer geen mens is, dan heeft de computer bijna de Turingtest doorstaan. Om de test helemaal te halen moet de test door meerdere mensen worden uitgevoerd.

De regel luidt dan ook: als de computer liefst dertig procent van de deelnemers weet te foppen, dan is de test geslaagd. Het apparaat lijkt dan volgens Turing net zo slim als de mens.

Wetenschappelijke kritiek
Vlak nadat Turing zijn artikel publiceerde, kreeg hij vanuit wetenschappelijke hoek veel kritiek. Onderzoekers stelden dat de computer misschien wel zo slim als een mens kan lijken, maar dat niet per se is. Daar komt nog een praktisch probleem bij: hoe valt namelijk te controleren of een computer wel écht hetzelfde idee van de werkelijkheid heeft als een mens?

Experts op het gebied van kunstmatige intelligentie houden jaarlijks een wedstrijd om te kijken welke chatbots het beste de mens kunnen nabootsen. Deze wedstrijd, die de naam Loebner Prize draagt, werkt aan de hand van de Turingtest.


Schematische weergave van de Turingtest. Bron: Wikipedia.

Eugene Goostman
Eén bekend voorbeeld van een chatbot die meedeed aan de wedstrijd is de chatbot Eugene Goostman. Een team onder leiding van een Russiche informaticus sleutelt hier al sinds 2001 aan. Het programma simuleert het karakter van Eugene, een 13-jarige jongen uit het Oekraïense Odessa. De jongen kent enkele karakteristieke kenmerken. Zo praat hij over zijn cavia en zijn vader, die gynaecoloog is.

Volgens de bedenkers is Eugene extra goed in het foppen van mensen, omdat hij nog erg jong is. Vanwege zijn leeftijd zouden mensen eventuele foutjes sneller vergeten en denken ze naar verluidt minder snel aan het idee dat hun gesprekspartner mogelijk een computerprogramma is.

De meeste chatbots breken de zinnen tijdens het chatten op in stukjes. Die stukjes krijgen een bepaalde numerieke waarde. Chatbots doen dit door de tekst te vergelijken met andere stukken tekst die ze eerder hebben gezien en die eerder zijn geclassificeerd.

Hoe hoger de numerieke waarde is, hoe relevanter een bepaald antwoord kan zijn voor de chatbot om te geven. Dit lijkt een beetje op hoe computers sentimenten in tekstberichten kunnen herkennen.

LEES OOK: Zo herkennen computers emoties in berichten op sociale media




Wil je deelnemen aan dit gesprek? Log in of meld je aan.